Betrokkenen uit de hockeywereld reageren verschillend op de afspraak om voor de komende twee seizoenen een maximum te stellen aan het aantal buitenlanders per hoofdklasseteam. Zo worden er onder meer kanttekeningen geplaatst bij het feit dat Rotterdam zich nog niet heeft aangesloten bij het gentlemens agreement. We hebben de eerste reacties op een rijtje gezet.
Adjunct directeur van de KNHB Marijke Fleuren:
"Ik vind het heel interessant dat de clubs hebben aangetoond zo betrokken te zijn. Meestal overheerst het eigen belang, maar dat blijkt nu niet het geval. Het is een verstandige beslissing en door het besluit zullen de Nederlandse A-junioren meer speelminuten krijgen. Ik kan me voorstellen dat Rotterdam nog niet volmondig ja heeft gezegd omdat ze veel buitenlanders hebben. Ik denk dat ze zich uiteindelijk zullen realiseren dat de nieuwe regeling een goede zaak is."
Coach van Rotterdam Heren 1 Robbert Paul Aalbregt:
"Het maakt mij niet uit of een club drie of negen buitenlanders in zijn team heeft. En ik geloof er niet in dat talenten zich beter ontwikkelen als er minder buitenlanders in Nederland spelen. Als je goed bent, kom je er toch wel. Bovendien kunnen de buitenlanders stimulerend werken voor jonge talenten. Het is niet voor niets dat wij naast zes buitenlanders drie spelers in Jong Oranje en één in Nederland Jongens A hebben rondlopen. Daar komt nog bij dat wij buitenlandse spelers hebben met meerjarige contracten. Ik begrijp dan ook dat Rotterdam zich niet heeft aangesloten bij de afspraak. En als één van de twaalf clubs niet meedoen, heeft zo"n afspraak weinig zin."
International van Amsterdam Jesse Mahieu:
"Ik vind drie buitenlanders al veel en ben dus blij met de afspraak. Op de lange termijn is het én voor clubs én voor het Nederlandse hockey in zijn algemeen niet goed als er te veel buitenlanders in de competitie spelen. Ondertussen snap ik de positie van Rotterdam wel. Zij hebben duidelijk gekozen voor buitenlanders en hebben wat ruimte nodig om zich aan te passen."
Voorzitter van Bloemendaal Quentin Dike:
"Het is fantastisch dat deze afspraak is gemaakt. Het is tussen de clubs goed besproken en goed voor het Nederlandse hockey. De jeugd krijgt door de afspraak meer kans. Ik begrijp dat Rotterdam een beetje bedenktijd nodig heeft en ga er vanuit dat ze uiteindelijk ook een positief signaal zullen geven."
Ex-international van HGC Bram Lomans:
"De afspraak heeft zijn voor- en zijn nadelen. Met maximaal drie buitenlanders per team krijg je een eerlijkere competitie. En het werd een beetje te gek met alle buitenlanders. Maar aan de andere kant hebben wij bijvoorbeeld een Ier, die hier gewoon in Nederland werkt en graag bij ons wil hockeyen. Wat doe je als dat de vierde buitenlander is? En mede dankzij alle buitenlanders is de competitie nog nooit zo sterk geweest als dit seizoen."
Voorzitter van Amsterdam Jons Hensel:
"Het is duidelijk dat deze afspraak super belangrijk is voor het Nederlandse hockey. Als zelfs de bondscoach zegt dat het grote aantal buitenlanders niet goed is voor de ontwikkeling van de Nederlandse talenten, wie zijn wij dan om dat tegen te spreken? Ik begrijp wel dat Rotterdam zijn verplichtingen heeft. Ondertussen vind ik het extra sterk dat de rest van de clubs ondanks het ontbreken van Rotterdam toch de afspraak hebben gemaakt." (Jan Balk)